De welvarende stad

Opbrengst en advies

Op deze pagina kunt meer lezen over het gesprek met de stad op het thema De welvarende stad. Hoe kunnen we mensen kansen bieden zich optimaal te ontwikkelen naar ieders mogelijkheden? Wat is er nodig om mensen passende ondersteuning te bieden en eenzaamheid onder Zaankanters te voorkomen? En hoe blijft Zaanstad voor bewoners aantrekkelijk als we meer toeristen willen laten kennismaken met de bijzondere geschiedenis van onze streek?

In een welvarende stad doet iedereen mee aan de samenleving en krijgt iedereen hierbij kansen en ondersteuning om zichzelf te ontwikkelen en werk te vinden. Zaanstad moet oog houden voor de mensen die daarvoor gemiddeld meer ondersteuning nodig hebben. Hoe houden wij hen aan het werk of hoe houden wij hen erbij? Daarvoor vraagt de stad aandacht.

Onderwijs speelt hierbij een belangrijke rol. Opleidingen zouden kunnen inspelen op de kansen die techniek biedt, met name voor de vele praktisch geschoolden in de Zaanstreek. Zaanstad werkt samen met verschillende partners, zoals de provincie, om een Techcampus in de stad gevestigd te krijgen. Ook het groeiende toerisme in Zaanstad biedt kansen op werk. Maar spreiding van toeristen is wenselijk om de stad en de Zaanse Schans leefbaar en prettig te houden.

Voor mensen die niet zo makkelijk kunnen deelnemen aan de Zaanse samenleving is ondersteuning mogelijk via het Sociaal Wijkteam. Hun aanbod van voorzieningen is nog niet bij iedereen bekend. Sociaal Wijkteams willen maatwerk leveren en zijn voortdurend op zoek naar verbetering. Zij zijn ook de ogen in de wijk die kunnen signaleren dat mensen kansen missen omdat ze weinig geld hebben en problemen zich opstapelen. Zaanstad werkt intensief aan armoedebestrijding en wil vooral kinderen niet de dupe laten worden van mogelijke armoede.

“We moeten de zelfredzaamheid van kansarme inwoners niet overschatten” 


“Technische vakken moeten veel meer waardering krijgen”

Cultuur in Zaanstad mag wel wat ruiger, van meer lef getuigen”

De welvarende stad - Hoe kunnen we mensen helpen om mee te doen, bij voorkeur in een baan?

De stad wil dat we inwoners kansen bieden op werk of om anderszins mee te doen. Daarbij zouden we zoveel mogelijk maatwerk moeten leveren. Deze geluiden sterken en helpen ons in de beweging die we met het programma Participatie hebben ingezet. Zo werken we in het kader van de City Deal aan het vereenvoudigen van regelgeving. Ook steken we veel energie in het ontwikkelen van passende ondersteuning bij het vinden van werk, waarvan Werkom (in de plaats van Baanstede) een zichtbaar resultaat is. We werken op verschillende niveaus aan het bieden van kansen aan Zaankanters. We proberen mensen uit de bijstand te helpen (opgavegericht/BUIG); we proberen kansengelijkheid te bevorderen (gebiedsgericht/Actieplan Poelenburg/Peldersveld) en we helpen statushouders een plek vinden in de samenleving (doelgroepgericht/Programma Statushouders). De verbeteringen naar aanleiding van de evaluatie van deze benaderingen én de ideeën van de stad verwerken we in de vervolgplannen. 

De stad 

Advies

Het gaat er altijd over dat we een sociale stad moeten zijn. En we vinden
dat iedereen aan het werk moet. Maar de praktijk is dat er niet voor
iedereen werk is.

Getalsmatig klopt dat, maar we laten onze ambitie om iedereen vooruit te helpen, niet los. Dat vraagt soms een lange adem en kan gepaard gaan met ondersteuning van mensen die niet direct gericht is op werk, maar bijvoorbeeld op communicatie en scholing. Kortom: de weg naar werk vraagt om ondersteuning op uiteenlopende gebieden.

Er zijn mensen die nauwelijks kunnen leven van een UWV-uitkering en toeslagen, bijvoorbeeld omdat ze ook gezondheidsproblemen en -kosten hebben en ook nog een ernstig probleem met de fundering in hun woning

Bewindvoerders zien dat gemeente en instanties gezamenlijk proberen mensen met dergelijke problemen te helpen. Soms kan dat nog beter. En soms moeten we accepteren dat mensen niet zelfredzaam zijn. We
hebben soms te veel verwachtingen van mensen die dat niet waar
 kunnen maken.

We herkennen dat een deel van onze inwoners het zwaar hebben en dat gebrek aan werk en/of een slechte inkomenspositie kan leiden tot een stapeling van problematiek.
Maar we laten niemand vallen. Iemand die nu niet kan werken, kan door een goede mix van ondersteuning straks wel instromen op de arbeidsmarkt. Maar we moeten ook reëel zijn. Het lukt ons om in één jaar 800 mensen die een bijstandsuitkering ontvangen op te roepen en in beweging te krijgen. Slechts een deel hiervan, ruim 300, komt ook echt aan het werk.

Er is nogal onzekerheid over de gevolgen als je in de bijstand zit en
tijdelijk werk aanneemt. Mensen vrezen het regelwerk als je vervolgens opnieuw in de bijstand komt. Het weerhoudt hen soms ervan dat
tijdelijke werk te nemen. Hoe kunnen we regels simpeler maken om
dit te voorkomen? Is het een idee om die uitkering te handhaven en
iedere maand het bedrag van de uitkering af te trekken van wat er met tijdelijk werk verdiend wordt. Zo was dat vroeger ook.

We erkennen dat regels maatwerk soms in de weg zitten en zoeken voortdurend naar wat mogelijk is. We zijn echter ook gebonden aan landelijke wet- en regelgeving.

Maar we blijven zoeken naar rechtmatige mogelijkheden om dit soepeler te laten gaan. Zo onderzoeken we nu de mogelijkheid van SURPLUS, een methode om makkelijker met inkomensverrekening om te gaan, waardoor de onzekerheid bij aan het werk gaan wordt verminderd.

Helaas zijn er ook altijd mensen die oneigenlijk profiteren van de
sociale voorzieningen die de gemeente biedt aan mensen die het echt
nodig hebben.  

Dat klopt. Wij doen er zoveel mogelijk aan om dat tegen te gaan. 

Staan gemeente en bedrijven voldoende stil bij goed werkgeverschap? Werkgevers kunnen binnen een bedrijf combinaties zoeken van mensen
die “goed en minder goed” zijn. Maak die groep sterk met elkaar.
Als collega’s in de problemen komen, kunnen werkgevers en werknemers daar samen wat aan doen. Zo kun je ook minder goed gekwalificeerde mensen mee laten doen.

Dit is een appèl op de werkgevers in de stad en dat onderschrijven wij. Als gemeentelijke organisatie hebben wij dezelfde opgave. Hierbij willen we enerzijds vaker met het bedrijfsleven delen hoe wij zelf invulling geven aan inclusief werkgeverschap. We willen ook met bedrijven afspraken maken om meer mensen in een kwetsbare arbeidsmarktpositie een kans op een duurzame arbeidscarrière te geven.

Leert de praktijk wellicht niet dat we als samenleving moeten
accepteren dat er een groep is die niet kan ‘meedoen’. Moet je die echt verplichten een tegenprestatie te leveren. Of concentreer je op die
mensen die wel willen en ook kunnen?

We laten niemand vallen en proberen iedereen naar vermogen te laten meedoen. We helpen mensen op weg naar maatschappelijke participatie, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk dat een tussenstap naar een baan kan zijn. Daarbij gaan we uit van de talenten en betrokkenheid van de persoon en bieden we ondersteuning bij het verder ontwikkelen en inzetten van die talenten. 

De gemeente zou een visie kunnen ontvouwen over hoe (om)scholing mensen uit de bestand kan halen of mensen aan het werk kan houden.
Zijn er hiervoor geen kansen in de technische sector? De arbeidsmarkt
roept om technisch personeel.

De arbeidsmarkt schreeuwt inderdaad om technisch personeel, maar we zien ook dat techniek niet een vakgebied is waar jongeren voor kiezen. Er is inmiddels een intensieve samenwerking tussen gemeente, bedrijfsleven en onderwijs om de kansen van de techniek beter te kunnen verzilveren.

Als gemeente kunnen we hierin faciliteren. We richten ons daarbij behalve op lokale partners ook op samenwerking met de provincie die de urgentie van een brede techniekopleiding erkent

Om netwerken te versterken en partijen bijeen te brengen, zou de
gemeente een ondernemersborrel kunnen organiseren.

Wij spreken regelmatig werkgevers en er worden al vele borrels door ondernemers zelf georganiseerd. Zelf zo’n borrel organiseren ligt niet voor de hand.


De welvarende stad - Hoe kunnen we mensen kansen bieden zich optimaal te ontwikkelen naar ieders mogelijkheden? 

De stad vraagt ambitie, lef en samenwerking. Die uitdaging pakken we op. Om de Zaanse economie te versterken, zoeken we meer samenwerking met ondernemers. We blijven ons onderscheiden met de ontwikkeling van sectoren zoals de innovatieve food- en procestechnologie, waarvoor Zaanstad een kraamkamer wil zijn. Ook bieden wij de maakindustrie voldoende ruimte, zeker in fysieke zin. Zaanstad is een ‘MAAK.stad’, de maakindustrie is een belangrijk deel van onze identiteit. Net als de mix van wonen en werken in de stad dat is. De uitdaging is om daarin een goed evenwicht te vinden. We zullen het midden- en kleinbedrijf optimaal ondersteunen. Uiteindelijk willen we behalve woningen bouwen ook banen faciliteren in een groeiende stad. De rol van de gemeente zal per initiatief of ontwikkeling verschillen.
De maakindustrie kan onvoldoende technisch personeel vinden. De stad roept op om onze jeugd al vroeg kennis te laten maken met de veelzijdigheid van techniek. We zullen ook ervoor moeten zorgen dat de waardering voor technische banen groter wordt, zodat schoolverlaters vaker voor die banen kiezen.
Daarom zullen we de samenwerking tussen gemeente, bedrijfsleven en onderwijs intensiveren en proberen we dit probleem onder meer op te lossen met een Zaanse Techcampus (Hogeschool voor de Handen). 

De stad 

Advies

In Zaanstad hebben we een gebrek aan ambitie. Gewoon is goed genoeg.
De gemeente moet lef tonen en de nek uitsteken voor de kansen van onze kinderen. Breng die ambitie samen met de aanwezige krachten en kansen
in de stad. We hebben zoveel potentie.

We onderschrijven dat er veel potentie is. Zo werken we al jaren toe naar een hoger aandeel van het aantal leerlingen in havo/vwo. De Brede School Academie in Zaandam Zuidoost speelt daar een rol in. Ook in het Onderwijsachterstandenbeleid maken we hier energie en middelen voor vrij.

Schoolbesturen in het voortgezet onderwijs investeren in het verbeteren van de toestroom door vmbo en havo klassen inhoudelijk beter op elkaar te laten aansluiten. Zo wordt het openbare Saenredamcollege van vmbo een mavo/havo school, zodat de keuze voor havo nog makkelijker wordt. De besturen buigen zich komend jaar over een aanpassing van hun Regionale Planning Onderwijsvoorzieningen om zo de doorstroming naar havo/vwo makkelijker te maken. De gemeente faciliteert waar nodig.

We werken aan een ‘Strategische agenda Jeugd’ die in 2019 gereed is. Dit doen we met ouders, jongeren en de relevante partners in de stad. In die agenda werken wij de ambitie die de stad vraagt verder uit. 

Breed jeugdbeleid kan de gemeente niet alleen vormgeven. We zijn verantwoordelijk voor jeugdhulp, dus in de ondersteuning bij opgroeien en opvoeden. Voor de ontwikkeling van alle jeugdigen zijn in eerste instantie schoolbesturen verantwoordelijk. Deze worden rechtstreeks aangestuurd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW).
Andere belangrijke spelers zijn verloskundigen, de afdeling verloskunde in het Zaans Medisch Centrum (ZMC), kraamzorgorganisaties en de GGD (Jeugdgezondheidszorg). Tenslotte zijn er de kinderopvangorganisaties; zij hebben een markttaak (ouders als opdrachtgevers) en zijn de opdrachtnemer voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE).
In dit ingewikkelde veld met uiteenlopende verantwoordelijkheden is behoefte aan regie en samenwerking. De gemeente zal die regierol pakken en samenwerking actief bevorderen. Het is daarbij heel belangrijk om rollen en posities helder te hebben.

De sociaal-economische thuissituatie is vaak heel bepalend voor kansen
van kinderen. Zaanstad scoort landelijk hoog als het gaat om aantal
inwoners dat ‘laaggeletterd’ is.

Onderwijsbesturen vragen aandacht voor kansengelijkheid en talentontwikkeling.
Als we onderwijsachterstanden willen inhalen, moeten we niet alleen kinderen
maar ook de ouders meenemen (ouderbetrokkenheid, taal, etc). Zowel primair als voorgezet onderwijs hebben hierin een belangrijke rol.

Maar we moeten meer aandacht hebben voor de eerste 1000 dagen
van een kind. De achterstand die je dan oploopt, haal je niet meer in.


We onderschrijven dat ‘de eerste 1000 dagen’ cruciaal zijn voor de ontwikkeling van het kind. Zaanstad doet daarom mee aan een landelijke pilot om sneller tot goede samenwerking te komen rondom kwetsbare (aanstaande) ouders en hun jonge kinderen. Daarbij leggen we het accent op de taalontwikkeling van kinderen.

In 2019 maken wij een ‘Strategische agenda Jeugd’ en vernieuwen wij de Onderwijsagenda. Gelukkig komt voor het Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB) de komende jaren meer geld beschikbaar. Samen met schoolbesturen en andere partners (Kinderopvangpartners met VVE, GGD) maken we hiervoor nieuwe plannen.  

In het kader van het Actieplan Poelenburg/Peldersveld is een ‘
Uitvoeringsplan Taal en Opvoeden en Onderwijs’ opgesteld. Doel hiervan is dat kinderen die in Poelenburg en Peldersveld geboren worden gelijke kansen hebben als kinderen in de rest van Zaanstad, om hun talenten te ontplooien en op te groeien tot volwassenen die een positieve bijdrage aan de maatschappij leveren. Dit doen we door middelen gerichter in te zetten en met relevante partijen samen te werken rond kinderen vanaf de zwangerschap tot - in elk geval - het einde van de basisschool. Laaggeletterdheid van ouders (in elk geval het Nederlandse taalniveau) heeft in dit plan een prominente plaats.

We volgen nauwgezet wat de huidige werkwijze tegen laaggeletterdheid (taalcursussen door IVIO en de Bieb) oplevert om zo nodig bij te sturen. De aandacht voor méér kansengelijkheid onder jonge kinderen, gaan we ook geven aan jongeren vanaf 12 jaar. Dat gebeurt niet alleen in het kader van het meerjarige Actieplan Poelenburg/Peldersveld, maar ook voor andere wijken. Voor de plannen voor Poelenburg/Peldersveld zoeken we investeringen van derde partijen (Rijk, fondsen, bedrijven).


Werken aan kansengelijkheid en talentontwikkeling vraagt bovendien om handig te bewegen binnen het ingewikkelde krachtenveld. Als gemeente moeten we voortdurend bepalen welke positie of rol we moeten nemen en hoe we tussen die verschillende rollen moeten wisselen. Dat betekent in de praktijk vele vormen van samenwerking; met onderwijsbesturen overleggen we op basis van gelijkwaardigheid; kinderopvangorganisaties zijn enerzijds een opdrachtnemer (VVE) èn anderzijds een marktpartij waarbij de gemeente de verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving heeft.
Met de GGD (JGZ, Centra Jong, jeugdteams) maken we enerzijds algemene afspraken binnen Zaanstreek-Waterland, maar ook maatwerkafspraken in een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Verloskundigen, ZMC en Kraamzorg zijn in principe volledig onafhankelijk van de lokale overheid.
De rol van de gemeente kan nogal eens verschillen.

Het is goed als overheid en onderwijs meer energie steekt in de voorbereiding van jongeren op de keuzes voor hun toekomst. Onderwijs is meer dan alleen rekenen en taal. Leerlingen moeten ook praktische en sociale vaardigheden opdoen.


We herkennen het geluid dat onderwijs meer is dan taal en rekenen. De Impuls regeling Cultuur en Sport biedt alle kinderen in de basisschoolleeftijd de mogelijkheid om naschoolse activiteiten te volgen. We gaan deze regeling evalueren. Daarbij kijken we of de regeling bijdraagt aan brede talentontwikkeling voor juist die kinderen die minder kansen op gelijke ontwikkeling hebben. We gaan meteen ook na hoe we de kinderen die hierbij het meeste baat hebben, hieraan kunnen laten meedoen.
 
In het kader van het Uitvoeringsplan Taal en Opvoeden en Onderwijs (Actieplan Poelenburg/Peldersveld) onderzoeken we de mogelijkheid om voor de 7 basisscholen in deze wijken een verlengde schooldag van één uur per dag in te voeren. Met een verrijkt curriculum kan zo meer aandacht worden besteed aan sport, cultuur, burgerschapsvorming en talentontwikkeling voor alle kinderen.  

De wens voor een brede ontwikkeling van de jeugd nemen we op in de ‘Strategische agenda Jeugd’, die een product wordt van bewoners, partijen in de stad èn de gemeente.

De gemeente gaat niet over de onderwijsinhoud of de gang van zaken binnen de school, maar is wel partner bij de ontwikkeling van talenten en bevorderen van kansengelijkheid.  


Scholen zouden geen last moeten hebben van maatschappelijke problemen die
 leven bij ouders van kinderen. Om dit te voorkomen is steun vanuit de gemeente noodzakelijk.


We herkennen dat de sociaal maatschappelijke problematiek van de ouders vaak het lesgeven belemmert. We zien ook dat leerkrachten en directeuren hier te veel tijd mee kwijt zijn. De vraag van schoolbesturen om gezamenlijk te investeren in een specifieke functie binnen de basisscholen waar de grootste risico’s op achterstand in taalontwikkeling bestaan, is logisch. Door een ander dan een leerkracht specifiek te belasten met het contact met de ouders, krijgt de leerkracht meer tijd voor de les en verbetert zo het onderwijsrendement. We overwegen deze investering, met name in Poelenburg en Peldersveld.

Dit aandachtspunt nemen we op in het Onderwijsachterstandenbeleid voor de komende jaren en breiden we mogelijk uit naar meer scholen met veel kinderen uit kansarme gezinnen. Om zo’n ‘brugfunctionaris’ optimaal in te zetten, werken gemeente en onderwijsbesturen in het primair onderwijs nauw samen. 

Niet ieder kind hoeft een intellectuele hoogvlieger te zijn. Het is wenselijk om
meer aandacht en vooral meer waardering voor de technische vakken te hebben.
Zo klinkt bijvoorbeeld praktisch-geschoold heel anders dan laaggeschoold!

We zetten ons in om meer waardering voor ‘praktisch geschoolden’ te bewerkstelligen. Bijvoorbeeld door deze groep meer leer- en ervaringskansen te bieden, zoals in de aansluiting tussen leerwegen, zoals vmbo kader, praktijkscholen en bij bedrijven. Denk ook aan stages, en actieve begeleiding in de eerste fase van een baan. 

Ervaringen als in ’t Lokaal bouwen we uit. 

Welke mogelijkheden heeft de gemeente om het lerarentekort te verlichten of
zelfs op te lossen?




Het lerarentekort leidt vooral in het basisonderwijs tot problemen. Schoolbesturen geven aan zelf onvoldoende bij machte te zijn om de tekorten in te dammen. Ze lobbyen bij het Rijk en vragen de gemeente om ook actie te ondernemen. De gemeente heeft geen wettelijke taak op dit terrein maar onderkent de problematiek en wil bijdragen waar mogelijk. Zo investeert de gemeente in 2019 extra in het wegnemen van onderwijsachterstanden en verbeteren van het bereik van de voorschool. De schoolbesturen kunnen mede daardoor extra investeren in het werven en opleiden van zij instromers.

De technische sector biedt veel kansen voor werkgelegenheid. We slagen er onvoldoende in de aansluiting tussen (beroeps)onderwijs en bedrijfsleven te verbeteren..

Tegelijkertijd lukt het nog onvoldoende om techniek een prominente plek te
geven in zowel basis- als voortgezet onderwijs en de waardering van techniek te
vergroten.

Het kan helpen om al in de basisschool de creativiteit en het probleemoplossend vermogen bij kinderen te stimuleren (Bijvoorbeeld het Kids Café en de
masterclass ontluikend ondernemen). Dit moet vaker gebeuren.


De gemeente kan de bruggenbouwer zijn tussen scholen en bedrijven.

Er is een steeds intensievere samenwerking tussen gemeente, bedrijfsleven en onderwijs. Dit biedt een stevig fundament, waarop we de gezamenlijke ambitie, zoals het versterken van ‘de keten techniek’, handen en voeten geven.

Dat uit zich in het primair onderwijs onder meer in het Kids Café (bezoek van kinderen aan bedrijven) en de
masterclass Ontluikend ondernemen (ondernemerschap bevorderen bij kinderen van primair onderwijs). In het voortgezet onderwijs hebben we een faciliterende rol bij PET’s (Promotie Events Techniek). Zoals het organiseren van een docentenbezoek aan bedrijven en onderwijsinstellingen tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven.
 

Techniek bezien we in de volle breedte van de productieketen. Van logistiek, zakelijke dienstverlening, proces operating tot automatisering/robotisering, enz. Met de ‘keten techniek’ willen we een leerlijn van primair onderwijs tot universitair onderwijs verbinden aan Zaanstad. De gemeente zet zich daarbij vooral in om de samenwerking met het hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs buiten de stad te versterken. 

De inzet blijft onverminderd om de kansen voor onze kinderen in de technische sector en in het Zaanse bedrijfsleven te verzilveren. Daar hoort ook een goede en aantrekkelijke school bij. We hebben inmiddels intensief contact met de provincie Noord-Holland die de urgentie van een brede techniekopleiding erkent. We verkennen de mogelijkheden van financiële ondersteuning voor een betere huisvesting van een Techniekcampus, die kan bogen op een brede steun van het bedrijfsleven. Hierbij betrekken we ook de Zaanse besturen in het voortgezet onderwijs.  


De gemeente kan bij dergelijke initiatieven verbinder en aanjager zijn zodat scholen en bedrijven constructief invulling geven aan een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Promotie Events Techniek (PET) is een mooi initiatief waarbij kinderen in
aanraking komen met techniek en ondernemerschap. Ondernemerschap zou
een vaardigheid moeten zijn in de basisontwikkeling van elk kind.
Samenwerking van onderwijs, bedrijfsleven en gemeente is belangrijk. Het
openbaar voortgezet onderwijs zet hier onder meer met PET’s op in. De ervaring
is dat de relatie met bedrijven goed is, maar dat het tegelijkertijd moeilijk is om bedrijven aan je te binden. Zaan Primair geeft aan dat dit een flinke tijdsinspanning vraagt. De gemeente kan hier mogelijk faciliteren.


De gemeente neemt samen met onderwijs en bedrijfsleven deel aan PET’s (Promotie Events Techniek). We zien dat de onderwijsinstellingen hiervoor flinke inspanningen leveren. De deelname vraagt veel van hen naast hun primaire onderwijstaak. Als gemeente proberen we hier te faciliteren in de samenwerking van onderwijs met bedrijven. Ook hebben we het bezoek van docenten aan bedrijven en onderwijsinstellingen mogelijk gemaakt tijdens de Dutch Design Week.

Verder bieden we scholen in het voortgezet onderwijs ondersteuning aan bij onder meer stagebeleid en loopbaanoriëntatie. We leggen contacten met bedrijven en stellen het netwerk van de gemeente beschikbaar. We nemen géén taken over. 

De Zaansteek is befaamd om houtbouw, maar we missen hier een technische
opleiding op gebied van houtbouw en houtrestauratie. Kunnen we de
samenwerking zoeken met het succesvolle HoutMeubelCollege in Amsterdam
(3 minuten van station Sloterdijk). We moeten voorkomen dat het ambacht
uitsterft!

Een interessante suggestie. In de stad wordt door een groep mensen nagedacht over een houtbouwopleiding. De gemeente onderneemt hierop voorlopig zelf geen actie en wacht eventuele initiatieven hierover af.


De gemeente kan initiatieven ondersteunen waarbij leegstaande panden niet verloren gaan aan antikraak maar benut worden als werkruimten voor creatieve ondernemers die kleur en energie brengen in wijken.





Zaanstad is van oudsher een woon-werkstad. De woonwijken herbergen een mix van woningen en kleine bedrijven. Deze bedrijven zijn deel van de Zaanse maakindustrie, een van de pijlers van de Zaanse economie. En we willen deze bedrijven behouden in de stad, in de wijken. Aangezien we weinig vastgoed bezitten, faciliteren we vooral om ruimte te blijven bieden aan (beginnende) creatieve ondernemingen in broedplaatsen als de Honigfabriek in Koog aan de Zaan en De Hoop in de Achtersluispolder.
Ook zoeken we contact met individuele ondernemers die tijdelijk leegstand hebben in hun pand zoals bijvoorbeeld in het Runshopping center in Wormerveer. Verder gaan we in gesprek met collectieve bedrijfsverenigingen om te kijken waar tijdelijke huisvesting van start-ups in leegstaande panden tot een win-winsituatie kan leiden.

 

De welvarende stad - Hoe kunnen we mensen de ondersteuning bieden om zichzelf in de eigen sociale omgeving te redden 

 De Sociaal Wijkteams (SWT’s) zijn een belangrijke spil in de wijk. Zij ondersteunen inwoners die dat nodig hebben. Zij hebben ook als taak om de kracht van de wijk aan te boren en te versterken, samen met partners in de wijk zoals de buurthuizen. In de 150 dagen gesprekken met de stad ging het dan ook geregeld over de wijkteams. Aan de orde stelden mensen bijvoorbeeld een betere samenwerking tussen en binnen teams, meer regie, de spanning tussen generalisten en specialisten en opvattingen over het thema zelfredzaamheid. 
Deze aandachtspunten zijn ook in het veld bekend en eerder besproken. In de nieuwe contracten met de wijkteams die in 2019 van kracht worden, zijn hierover verschillende afspraken vastgelegd. Wij gaan ervoor zorgen dat die afspraken goed worden nageleefd en dat de wijkteams ook in staat worden gesteld om hun werk goed te doen.

De stad wil ook zorgvuldigheid en aandacht bij de overdracht van kennis en expertise van ‘oude’ op nieuwe wijkteams, zodat de ondersteuning van inwoners optimaal wordt gecontinueerd. Als gemeente waken we er samen met de wijkteams voor dat dat de overgang de dienstverlening niet belemmert en dat de bestaande samenwerking met partners wordt voortgezet. Uiteraard is er ook ruimte voor vernieuwing van de aanpak om mensen nog beter te ondersteunen en de kracht van wijkbewoners beter te benutten.

De stad 

Advies 

De gemeente heeft netwerkers nodig in de wijk, die dicht bij de inwoners
staan en niet verbonden zijn aan zorgorganisaties. De wijkmanagers staan
in de beleving van sommige mensen te ver af van de inwoners en spreken
te veel ‘gemeentetaal’. Anderen zijn juist erg tevreden over de wijkmanagers
van hun wijken en kennen hen als bevlogen en betrokken personen die verbinden. Ook wordt aangegeven dat wijkmanagers te druk zijn en zich te weinig richten op jongeren en mantelzorgers.

Dit jaar vinden gesprekken plaats over de verdere ontwikkeling van de rol van de wijkmanagers. De genoemde ervaringen betrekken we hierbij. Netwerken zit in de opdracht van de wijkteams en wijkmanagers. De gemeente voelt er niet voor om nog weer andere ‘netwerkers’ in wijken aan de slag te laten gaan.

 

 

Niet iedereen weet waar het Sociaal Wijkteam voor is. Dat geldt ook voor Meedoen Zaanstad.


Dat de wijkteams beter bekend moeten worden, betrekken wij bij de doorontwikkeling en in de afspraken met de nieuwe teams in 2019. 

Meer aandacht voor Meedoen Zaanstad, dat mogelijk maakt dat kinderen uit gezinnen met lage inkomens kunnen sporten of deelnemen aan culturele activiteiten, betrekken wij bij de verdere plannen in het armoedebeleid. 

Schulddienstverlening en Sociaal Wijkteams:

Bewindvoerders in de schulddienstverlening ervaren te veel hokjes in
Zaanstad, waartussen weinig tot geen samenwerking is. Zo werken niet alle wijkteams op dezelfde manier bijvoorbeeld.

Er is behoefte aan een platform waarop ingewikkelde individuele
schuldgevallen kunnen worden besproken om ongewenste situaties te doorbreken. Een voorbeeld: een ‘wajonger’, die zo veel reisgeld betaalt
om op zijn werk te komen, dat het beter is om hem te adviseren te stoppen
met die baan.


Bewindvoerders beklemtonen dat schuldhulpverlening een aparte tak van
sport is. Bewindvoerders willen voor schuldhulpverlening de wijkteams overslaan en direct afspraken maken met de gemeente. Momenteel loopt
een pilot op om te voorkomen dat er dingen dubbel worden gedaan, hetgeen
nu wel het geval is.

In 2019 gaan bewindvoerders en de wijkteams in gesprek. Hierin stellen we deze punten aan de orde, maar kan ook casuïstiek een onderwerp zijn.  

Verwachten we te veel algemene kennis van de wijkteams? Hebben we meer behoefte aan specialisten binnen die teams?

Mensen worden al langer aangesproken op hun zelfredzaamheid. Het gevaar
 is dat we die zelfredzaamheid bij kansarme Zaankanters overschatten. We moeten voorkomen dat die mensen, als zij eenmaal de stap naar een wijkteam hebben gezet, teruggestuurd worden omdat ze het op eigen kracht moeten doen.


Deze aandachtspunten herkennen we en hebben we opgenomen in de nieuwe contracten met de wijkteams per 2019. We zullen er op sturen dat de contracten goed worden nageleefd en dat de wijkteams ook in staat worden gesteld om hun werk goed te doen. Met name in het startjaar 2019 maar natuurlijk ook gedurende de hele contractperiode. 

De aanbesteding van wijkteams na 4 jaar, belemmert de continuïteit van de dienstverlening. 

 

Bij de aanbesteding is juist continuïteit een belangrijk uitgangspunt.  Daarom zetten we nu ook in op een contractperiode van (maximaal) 8 jaar. We zijn er samen met de wijkteams alert op dat de overgang de dienstverlening niet belemmert en dat de bestaande samenwerking en doorontwikkeling met partners wordt voortgezet. Daarbij moet ruimte zijn voor vernieuwing van de aanpak om mensen nog beter te ondersteunen en de kracht van wijkbewoners gerichter te benutten.

Er is lof voor het maatwerkbudget van Zaanstad. Het werkt echt goed. Hoe
goed het werkt is ook wel afhankelijk van wie er in wijkteam zit.
Er zijn ook ervaringen met willekeur als het gaat om het maatwerkbudget.
Een voorbeeld: Er zijn cliënten die al tien jaar in de ellende zitten en niet
worden geholpen, terwijl een ander, die als gevolg van de aanwezigheid
van een wietplantage uit huis wordt gezet, wel wordt geholpen.

We herkennen de wens tot meer uniformiteit tussen de wijkteams en tussen medewerkers in een wijkteam. Met behoud van maatwerk zullen we hier ook voor houden in de afspraken met de wijkteams. Daarbij merken we op dat het ingewikkeld werk is dat de wijkteams doen; iedere situatie vraagt maatwerk. Er gaat natuurlijk ook wel eens iets mis, maar van ‘willekeur’ is geen sprake. 

 

De welvarende stad - Hoe kunnen we voorkomen dat armoede mensen buitenspel zet?

Samen met inwoners en partners werken we aan het tegengaan van armoede, en het vergroten van de kansengelijkheid. De armoede-aanpak is gericht op het voorkomen van armoede, het activeren naar werk en het bieden van gerichte ondersteuning waar nodig. Een van de uitgangspunten is dat armoede kinderen niet mag beperken om deel te nemen aan het maatschappelijke leven. In het gesprek met de stad werd het belang daarvan nog eens onderstreept. De rol van het Sociaal Wijkteam bij armoedepreventie en -bestrijding lijkt nog niet genoeg bekend onder de inwoners.

De stad 

Advies 

We moeten niet vergeten dat mensen niet meer mee kunnen doen: voor de middelbare school moet je tegenwoordig een laptop of pc, internet en een telefoon hebben. Hoe voorkomen we dat kinderen in armoede geen gelijke kansen krijgen als gevolg van de financiële situatie van de ouders.

 

In 2019 kijken we onder meer hoe we kinderen en hun ouders nog beter kunnen bereiken met de diverse regelingen zoals Meedoen in Zaanstad. De positie van kinderen in armoede, maar vooral ook het voorkomen van armoede, is een belangrijk punt van aandacht in het armoedebeleid en de armoede-monitor. We zien armoedebeleid ook in het licht van kansen(on)gelijkheid.

Het armoedebeleid van Zaanstad kan baat hebben bij een loket met daarin
een duizendpoot, die mensen kan doorverwijzen. Die aanbeveling is eerder gedaan bij gesprekken over het armoedebeleid.

 

Het idee over een betere verwijsfunctie nemen we mee in de gesprekken met de hoofdaannemers van de Sociaal Wijkteams. In hun opdracht is aandacht voor armoede opgenomen. In zeker zin zijn zij daarmee ‘het loket’. We kijken hoe dit nog meer bekendheid onder inwoners en sleutelfiguren in de wijk kan krijgen. Een apart loket voor armoede is niet wenselijk, juist om te voorkomen dat mensen voor alles een apart loket moeten hebben. 

De welvarende stad - Hoe kunnen we het toeristische en culturele aanbod in de stad op een evenwichtige manier versterken?

We werken aan een programma toerisme dat in de eerste helft van 2019 gereed is. Hierin staan de volgende pijlers centraal: Kwaliteit; spreiding van bezoekers; regulering (Zaanse Schans); toerisme en werkgelegenheid; duurzaamheid.

Net als de stad willen we kansen benutten, toeristen beter spreiden en reguleren waar nodig. De stad heeft zoveel meer te bieden dan de Zaanse Schans. Daar zijn we ook trots op. Maar een echte publiekstrekker in het centrum van Zaandam ontbreekt. Het Holland Museum zou deze trekker kunnen worden, en daarom is een haalbaarheidsonderzoek (inclusief locatie) opgezet. In het programma toerisme zullen we een antwoord formuleren op de vraag hoe we de stad samen met onze partners kunnen promoten en tegelijkertijd een evenwichtige spreiding van toeristen kunnen realiseren.
We ontwikkelen samen met de stad een cultuurvisie. Het cultuuraanbod moet bijdragen aan versterking van de Zaanse identiteit en de persoonlijke ontwikkeling van onze kinderen. Het moet vooral ook gevarieerd zijn en ruimte bieden voor dynamiek.

De stad 

Advies

Zaanstad heeft op toeristisch gebied veel te bieden. De gemeente kan meer creativiteit gebruiken om de kansen optimaal te benutten. Evenementen kunnen de kwaliteiten van stad en streek op de kaart zetten. Denk aan koppeling van evenementen met onderscheidende kenmerken zoals de food-industrie. Zaanstad kan nog meer samen met het bedrijfsleven de stad beter promoten. We zijn nog te vaak te bescheiden.

Zaanstad en de Zaanstreek hebben veel te bieden en daar zijn we trots op. Het toeristische aanbod zullen we zeker promoten en dat doen we samen met onze (maatschappelijke) partners.
Om bezoekers van de Zaanse Schans naar Zaandam te lokken, ontbreekt het in het centrum van Zaandam op dit moment aan een toeristische trekker van formaat. We gaan wel proberen meer mensen te verleiden om Wormerveer te bezoeken.

Het Holland Museum kan een grote aanwinst zijn. Maar deze publieks-
trekker zou meer moeten tonen dan alleen werken uit depots, maar juist
ook hedendaags werk!

Het is absoluut niet de bedoeling dat het alleen een depotmuseum wordt. We nemen deze suggestie op in het haalbaarheidsonderzoek, dat in het voorjaar van 2019 wordt gedaan naar het Holland Museum. 

Het is goed om het toerisme meer te spreiden. Zaanstad kan daartoe initiatieven uit de stad voor activiteiten of evenementen  buiten de Zaanse Schans ondersteunen. Maar Zaanstad moet in eerste instantie een aantrekkelijke stad zijn voor de bewoners.


Wij werken aan een aantrekkelijke duurzame stad; waar het prettig wonen is en voldoende (culturele) voorzieningen zijn. Het stimuleren van spreiding van toerisme in relatie tot het beschikbare aanbod voor bezoekers is een zoektocht.
Toerisme zorgt voor veel werkgelegenheid voor praktisch opgeleide mensen, waarover we in Zaanstad goed beschikken. Juist voor hen kunnen we meer werk en groei goed gebruiken om een aantrekkelijke stad te blijven.

Zaanstad heeft de Zaan en nog veel meer water voor recreatie. De
gemeente moet meer aanlegplekken voor overnachtingen op het water mogelijk maken

Een prima idee dat we zullen opnemen in het programma toerisme. 

De Ondernemersvereniging van het Hembrugterrein kan samen met
gemeente en stichting Marketing Zaanstreek meer doen aan de promotie en marketing van deze bijzondere culturele hotspot in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), om zo het aantal bezoekers en de omzet te verhogen.

Het Hembrugterrein heeft alle potentie om een culturele hotspot te worden. Zelfs in  de huidige staat van ontwikkeling is het terrein de moeite waard om te bezoeken, zeker voor mensen die geïnteresseerd zijn in de transformatie van industriële monumenten. We zijn het eens dat partijen hierin gezamenlijk moeten optrekken en bevorderen dat. 

Zaanstad is hard toe aan een horecavisie. De stad mag meer kwalitatieve restaurants huisvesten, om zo de uitdrukking ‘Zaanstad first in food’ waar
te maken.

Deze geluiden nemen wij ter harte. Het opstellen van een horecavisie is voorzien.

Cultuur is een breed begrip, is meer dan het geïnstitutionaliseerde aanbod
van Fluxus en andere organisaties. Cultuur mag in Zaanstad wel wat meer
een eigen gezicht krijgen: ruwer, ruiger en meer lef: “Zaankanter doe
maar gek, want je bent al gewoon genoeg!”

Wij onderschrijven dat cultuur een breed begrip is. Bij het opstellen van de cultuurvisie wordt daarom samen met inwoners, partners en raad, gekeken naar de verschillende onderdelen van het Zaanse culturele leven.

Nieuwsgierig naar de andere thema's?

Prettig wonen

Gezond leven

Duurzaam en Groen

Hoog contrast
Ga naar Zaanstad.nl